Historie

Hoewel het geloof in reïncarnatie vele duizenden jaren oud is en ook technieken van herbeleving dateren van ver voor onze jaartelling, is regressie- en reïncarnatietherapie nog vrij jong. Freud is er in zekere zin de grootvader van, vanwege zijn revolutionaire idee om onze onbewuste en verdrongen ervaringen bewust te maken, en onszelf daarmee te helen. Zijn tijdgenoot Albert de Rochas was echter al veel verder in zijn pogingen om patiënten oude ervaringen te laten herbeleven, en streefde naar het bevrijden van deze technieken uit de wereld van het occulte. Zou Freud zijn experimenten met herbelevingen onder hypnose met succes hebben voortgezet, dan is het niet uitgesloten dat de westerse psychologie en psychiatrie een andere weg waren ingeslagen.

Andere voorlopers van de hedendaagse regressietherapie zijn psychiaters als Alexander Cannon uit Engeland en Inacia Ferreira uit Brazilië, die de huidige problemen van de cliënt verklaarden vanuit trauma’s die lang geleden hebben plaatsgevonden. Eind jaren zestig ontdekte de Engelse psychiater Denys Kelsey het therapeutische gebruik van regressie naar vorige levens en de prenatale fase, en publiceerde hij zijn bevindingen. Geleidelijk stonden er nu in de VS en Europa steeds meer hypnotiseurs en psychotherapeuten op, die gegrepen waren door de therapeutische effecten van regressie naar vorige levens.

Het jaar 1978 kan als hét geboortejaar van de reïncarnatietherapie beschouwd worden, toen er boeken van Morris NethertonEdith Fiore en Helen Wambach verschenen. In Duitsland was Thorwald Dethlefsen de pionier, in Nederland Hans ten Dam, Rob Bontenbal en (later) o.a. Ronald van der Maesen. Ook Joe Keeton, Winafred Lucas en Ernest Pecci publiceerden bevindingen over het doorwerken en loslaten van oude emoties, o.a. door regressie naar vorige levens en de kindertijd in het huidige leven. Geleidelijk werd nu duidelijk, hoe ervaringen in de baarmoeder en onze onze kindertijd nog veel oudere ervaringen konden restimuleren, en leerden therapeuten – meestal met een psychotherapeutische, academische  achtergrond – die samenhangen te doorzien. In hun kielzog kwam er een stroom aan publicaties waarin technieken uit psychotherapeutische scholen gecombineerd werden met therapeutische regressie.

Zo bleek het alsnog onder ogen zien van de dood of een nare sterfervaring, voor veel mensen de sleutel tot rust en innerlijke vrede. Het gericht herbeleven en loslaten van sterfervaringen is sindsdien een belangrijke techniek, waarmee regressie- en reïncarnatietherapeuten zeer heilzame therapeutische effecten kunnen bereiken. Het werken met deelpersoonlijkheden vanuit de Voice Dialogue en de psychologie van C.G. Jung zijn voortgekomen, werd een belangrijke techniek. Waarbij in regressie- en reïncarnatietherapie een vrij strikt onderscheid wordt gemaakt tussen eigen en niet-eigen gevoelens en stemmen. Steeds weer wordt in regressie- en reïncarnatietherapie teruggegaan, naar het ontstaan of het allereerste optreden van die niet-eigen stemmen of delen van de persoonlijkheid, en wordt er naar gestreefd om deze los te laten. Daarnaast groeide het herbeleven van zwangerschap en geboorte uit tot een uiterst belangrijke expertise.

Regressie- en reïncarnatietherapeuten  kregen  in de loop van de tijd steeds meer oog voor de enorme variatie aan bewustzijnsniveau’s die in regressie met succes gebruikt kunnen worden. De klassieke hypnose die door Kelsey, maar ook door voorlopers als Freud en De Rochas nog veel werd toegepast, werd steeds meer losgelaten.  Daarvoor in de plaats kwamen verschillende, meestal meer directe (brug-)methoden waarin het probleem van de cliënt in een lichte trance opkomt en in herbeleving gericht doorgewerkt. Dit alles binnen de veilige omgeving van de therapeutische ruimte, waaraan de wet en ook de beroepsorganisaties tegenwoordig terecht zware eisen stellen, net als aan de opleidingen en de bij- en nascholingen van de therapeuten.