BEROEPSCODE

 

Iedere therapeut die zich aanmeldt als lid van de NVRT, verklaart zich te onderwerpen aan de Beroepscode en het Klachtenreglement van de NVRT. Waar de mannelijke vorm wordt genoemd, is ook de vrouwelijke bedoeld.

1. Algemene regels

1.1. De therapeut zal elke cliënt met de grootst mogelijke zorg behandelen en hij zal zich gedragen zoals het een behoorlijk therapeut betaamt.

1.2. De therapeut zal de cliënt behandelen zonder aanzien des persoons.

1.3. De therapeut behoort zijn kennis en vaardigheden op peil te houden c.q. op een zo hoog mogelijk niveau te brengen en zich open te stellen voor nieuwe ontwikkelingen.

1.4. De therapeut onthoudt zich van handelingen die gelegen zijn buiten het terrein van het eigen kunnen. Hij dient o.a. oog te hebben voor de mogelijkheid dat de klachten van de cliënt (mede) samen kunnen hangen met somatische dysfuncties, in welk geval hij deskundigen van de medische professie moet consulteren of naar hen doorverwijzen.

1.5. De therapeut zal terughoudend zijn inzake het meewerken aan publiciteit. Bij het beantwoorden van vragen van publiciteitsmedia of het anderszins verlenen van medewerking aan publiciteit omtrent een cliënt die bij hem in behandeling is of is geweest, dient het belang van de cliënt en de ten opzichte van hem in acht te nemen zorgvuldigheid voorop te staan.

1.6. Het is de therapeut niet geoorloofd aan iemand beloning of provisie toe te kennen voor het aanbrengen van cliënten.

1.7. In het algemeen zal de therapeut die handelingen verrichten c.q. die handelingen achterwege laten, welk handelen c.q. nalaten daarvan in het algemeen van een goed therapeut mag worden verwacht.

1.8. Indien tegen de therapeut een klacht wordt ingediend, is hij verplicht zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan een eventuele klachtprocedure.

 

2. Regels in relatie tot de cliënt

2.1. De belangen van de cliënt staan op de eerste plaats ongeacht herkomst, sociale status, sekse, ras, levensbeschouwing, cultuur en/of seksuele geaardheid.

2.2. Voordat de therapeut een behandelingsrelatie met de cliënt aangaat dient hij de cliënt een duidelijke beschrijving te geven van de voorgenomen behandeling. Deze beschrijving dient alle aspecten te omvatten, waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat ze van invloed zijn op de bereidheid tot deelname. Onderdeel van genoemde aspecten is o.a. de hoogte van het verschuldigde honorarium.

2.3. De therapeut zal de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt respecteren. De therapeut heeft de leiding van de behandeling, maar mag geen handelingen verrichten tegen de kennelijke wil van de cliënt. Hetgeen door de therapeut wordt verricht, geschiedt onder zijn verantwoordelijkheid, aan welke verantwoordelijkheid de therapeut zich niet kan onttrekken met een beroep op de van zijn cliënt gekregen opdracht.

2.4. De therapeut zal gedurende de behandeling geen andere relatie dan een behandelingsrelatie met de cliënt hebben of de wens daartoe uitspreken. Dit houdt onder meer in het verbod de cliënt zonder diens toestemming aan te raken, alsmede het verbod de cliënt op een zodanige wijze aan te raken dat, naar redelijke verwachting, de cliënt en/of de therapeut deze als seksueel van aard zal ervaren, zoals het aanraken van genitaliën of andere lichaamsdelen die normaliter met seksualiteit worden geassocieerd.

2.5. Indien tussen de therapeut en zijn cliënt een verschil van mening bestaat over de wijze waarop de behandeling zou kunnen geschieden c.q. over datgene waaruit de behandeling zou kunnen bestaan, dan is de opvatting van de cliënt leidend, dan wel dient de therapeut de behandeling te staken.

2.6. De therapeut behoort rekening te houden met de levensbeschouwelijke opvattingen van de cliënt.

2.7. De therapeut dient de vrije keuze van hulpverlener van de cliënt te eerbiedigen. Hij behoort zich te onthouden van elke poging om een cliënt van een andere therapeut tot de zijne te maken.

2.8. De therapeut dient de cliënt of diens vertegenwoordiger op begrijpelijke wijze te informeren.

2.9. De therapeut verzamelt slechts die gegevens die nodig zijn voor de behandeling. De cliënt heeft recht op inzage in respectievelijk recht op afschrift van de bescheiden en gegevens van de cliënt waarover de therapeut beschikt. De cliënt heeft recht derden inzage in en afschrift van e.e.a. te doen verkrijgen.

Het recht op inzage en afschrift blijft ook in geval van niet-betaling van het honorarium.

Rapportering aan derden mag slechts geschieden na toestemming van de cliënt.

De therapeut moet het door hem aangelegde dossier tenminste vijftien jaar bewaren (papieren, en digitale bestanden) in overeenstemming met de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst. Geluidsopnames zijn niet verplicht, maar mogen uitsluitend met toestemming van de cliënt voor therapeutische en trainingsdoeleinden worden gemaakt. Net als de schriftelijke of digitale cliëntgegevens, dienen zij als zodanig opgenomen te zijn in een verwerkingsregister in overeenstemming met Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Indien met de cliënt geen overeenkomst meer bestaat, dienen zij te worden verwijderd. Ook dienen zij te worden verwijderd indien een cliënt een verzoek daartoe indient.

Zowel papieren, digitale als geluidsbestanden dienen zorgvuldig en goed beveiligd te worden bewaard.

2.10. De therapeut zal het vertrouwen van de hulpvrager niet beschamen doch integendeel streven naar een optimale vertrouwensrelatie tussen hem en de cliënt.

2.11. De cliënt heeft het recht een andere hulpverlener te consulteren.

2.12. De cliënt mag de behandeling op elk tijdstip stopzetten.

2.13. De therapeut heeft niet het recht de behandeling te verbreken tenzij er sprake is van gewichtige redenen, zoals bijvoorbeeld gesteld in 2.5.

2.14. Als de therapeut besluit de behandeling te verbreken, dan dient hij zijn beslissing in voor de cliënt begrijpelijke termen te motiveren en aan te bieden hem zo goed mogelijk te adviseren omtrent de vraag wat in het gegeven geval zou kunnen worden gedaan en/of aan te bieden voor een adequate verwijzing zorg te dragen.

2.15. De therapeut behoort een cliënt die een spoedeisende behandeling nodig heeft zo voortvarend mogelijk te behandelen.

2.16. De therapeut heeft geheimhoudingsplicht van alles wat hem uit hoofde van zijn functie bekend wordt/is geworden, tenzij ernstige misstanden hem tot spreken verplichten of de cliënt toestemming heeft verleend. De geheimhoudingsplicht duurt ook voort na de beëindiging van de relatie met de cliënt. De therapeut legt zijn medewerkers inachtneming van een gelijke geheimhouding op.

2.17. Het is de therapeut slechts toegestaan een – alle omstandigheden in aanmerking genomen – redelijk honorarium in rekening te brengen, overeenkomstig de richtlijnen van de NVRT. Het staat haar niet vrij overeen te komen dat slechts bij het behalen van een bepaald resultaat honorarium in rekening zal worden gebracht.

De te verstrekken declaratie dient zodanig ingericht te zijn dat inzichtelijk is hoeveel wordt gerekend voor honorarium, eventuele verschotten en omzetbelasting.

2.18. Alle leden van de NVRT zijn onderworpen aan de Wkkgz. Daaruit volgt dat zij beschikken over een meldcode voor het omgaan met signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Een hiertoe strekkend door de Rijksoverheid erkend model, dient aanwezig te zijn in de praktijk van de therapeut en op zijn of haar website te worden vermeld. De therapeut is verantwoordelijk voor het signaleren en toepassen van de meldcode.

2.19. De therapeut dient in het algemeen bij al zijn handelen en of nalaten de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen.

3. Regels inzake het vastleggen en verwerking van gegevens, in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Per 25 mei 2018 geldt de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) komt in plaats van de oude Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). In de AVG staan een aantal verplichte maatregelen genoemd waaraan de NVRT-therapeut moet voldoen, indien hij deze gegevens vastlegt in cliëntendossiers.

3.1. Verplichte maatregelen

De verplichte maatregelen die de AVG concreet noemt zijn:

3.1.1. Het bijhouden van een register van verwerkingsactiviteiten;

3.1.2. Het (laten) uitvoeren van een veiligheidscontrole van het digitale cliëntendossier.
Dit kan gedaan worden door de leverancier. De therapeut kan het ook zelf doen (als
hij/ zij de kennis in huis heeft) dan wel, een externe partij inschakelen.

3.1.3. Het bijhouden van een register van datalekken die zijn opgetreden;

3.1.4. Het aantonen dat een patiënt, of cliënt daadwerkelijk toestemming heeft gegeven voor
het vastleggen van gegevens in het cliëntendossier.

3.2 Het register van verwerkingsactiviteiten

Het register van verwerkingsactiviteiten bevat informatie over de persoonsgegevens die de NVRT-therapeut vastlegt in het cliëntendossier, of in een digitaal programma. De NVRT-therapeut mag zelf weten hoe hij of zij dit register opstelt. De AVG schrijft voor welke informatie de NVRT- therapeut in het register moet zetten. Als de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) daar om vraagt, moet de NVRT-therapeut het register direct kunnen laten zien. In het register van verwerkingsactiviteiten dient de NVRT-therapeut het volgende op te nemen:

3.2.1. Een omschrijving van de categorieën persoonsgegevens (= cliëntgegevens) die hij/zij
verwerkt;

3.2.2. Een beschrijving van de doeleinden waarvoor hij persoonsgegevens verwerkt.

3.2.3. Welke rechten betrokkenen (cliënten) hebben en hoe zij die rechten kunnen
uitoefenen. Zoals het recht op inzage, wijzigen, wissen en het ontvangen van alle
geregistreerde gegevens;

3.2.4. Welke organisatorische en technische maatregelen de NVRT-therapeut genomen
heeft om de persoonsgegevens te beveiligen;

3.2.5. Hoe lang de NVRT-therapeut de persoonsgegevens bewaart; en

3.2.6. Hoe de NVRT-therapeut omgaat met een datalek.

4. Regels in relatie tot collegae en anderen

4.1. De therapeut zal streven naar een goede samenwerking met andere werkers op het terrein van de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening en met andere beroepsbeoefenaren.

4.2. De therapeut biedt collegae alle hulp die hij krachtens zijn deskundigheid en ervaring kan bieden.

4.3. De therapeut toont bereidheid tot samenwerking en het verstrekken van goede wederzijdse informatie.

4.4. De therapeut behoort zijn beroep, collegae en de NVRT niet in diskrediet te brengen.

4.5. De therapeut behoort, voor zover mogelijk, bereid te zijn gedurende bepaalde tijd voor een collega waar te nemen.

4.6. De therapeut zal bij verwijzing van de cliënt alle relevante informatie meezenden.

4.7. De therapeut zal zo nodig overleg plegen met de verwijzer.

4.8. Door de therapeut aangestelde stagiaires en/of assistenten – onder welke naam of functie ook aangesteld – vallen onder de verantwoordelijkheid van de therapeut, zulks naast – en onverminderd de eigen verantwoordelijkheid van betrokkenen.

 

5. Regels in relatie tot de samenleving

5.1. De therapeut heeft de plicht de volksgezondheid en/of het maatschappelijk welzijn te bevorderen waar dit redelijkerwijs mogelijk is.

5.2. Resultaten van onderzoek die van algemeen belang kunnen zijn, worden door de therapeut tijdig en volledig gepubliceerd.